| |
wevers: maken wol, ze zijn zeer bekend voor de vlaamse lakens, er komt een kasteelheer hij wil wol kopen, maar de wevers vragen veel geld. De kasteelheer geeft het geld. Ze maken wol voor de kasteelheer. De kasteelheer komt later terug, en de wevers vragen veel meer geld dan de vorige keer. De kasteelheer zegt ik ga wel naar een andere wever. Maar de wevers spannen samen. De kasteelheer komt dus terug. en zo komen ze aan hun geld= dus ook macht.
Zo is dat ook voor de ander ambachten.
Als ze allemaal samen doen, dan kunnen ze zelf baas zijn in de steden.
**************************
Zoek nu nog de symbolen van die macht en illustreer met een afbeelding
**************************
In Brugge zijn er de lakenhallen. Dat zijn overdekte markten en je kan niet zeggen dat die bazen daarvan niets te zeggen hebben. Je moet wel luisteren naar zo een grote groep mensen. Het is zoals de regering nu moet luisteren naar een grote groep mensen zoals de vakbond.
Er staat ook een belfort waar de gunsten van de stad bewaard werden. Dat waren speciale rechten die de stad kreeg. In Brugge en Gent zien we deze grote indrukwekkende belforten nog staan. |