|
|
 |
Lijst met thema's voor Rekenen |
Aantal: 37 |
Terug |
|
|
|
|
| Plus en min tot 20 zonder brug; makkelijke oefeningen |
|
|
|
|
| Plus en min tot 20 zonder brug; moeilijke oefeningen |
|
|
|
|
| plus en min tussen 10 en 20 |
|
|
|
|
Breuken vermenigvuldigen, optellen, aftrekken, vereenvoudigen.
Interactieve oefeningen waarin je het aantal oefeningen kan instellen en kan bepalen of je met negatieve breuken wil rekenen. |
|
|
|
|
Breukenpizza is een online oefenprogramma dat breuken grafisch voorsteld.
Goede inoefening na de eerste les over breuken.
(wachtwoorden: voor level1 hoeft geen wachtwoord ingetikt te worden, level2= "dennis", level3= "gelijken") |
|
|
|
|
Breuken leren gelijknamig maken en optellen via een grafische voorstelling.
(menu Engelstalig) |
|
|
|
|
| Voorstellingen van breuken benoemen, voorstellen |
|
|
|
|
Deze module bevat 4 soorten oefeningen over bewerkingen met breuken: optelllen, aftrekken, vermenigvuldigen en rekenregels (=volgorde van de bewerkingen)
Per oefenreeks kan je de moeilijkheidsgraad instellen en het aantal oefeningen.
Je kan ook een tijdslimiet installen. |
|
|
|
|
| Je krijgt oefeningen waar je twee breuken gelijknamig moet maken. |
|
|
|
|
Hier krijg je de uitleg hoe je breuken gelijknamig kan maken.
Ze zijn ook enkele oefeningen met een correctiesleutel. |
|
|
|
|
Vergelijk breuken, decimalen; positief of negatief.
Zeg of ze groter, kleiner of gelijk aan een andere breuk of decimaal zijn. |
|
|
|
|
| Klik op het getal dat deelbaar is door 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 of 9. |
|
|
|
|
| Begin met een getal onder de 100 in het eerste vakje. Als je dat getal kunt delen door 2, zet je de uitkomst in het volgende vakje. Als je het getal niet kunt delen, maak je het 1 hoger en je zet dat getal in het volgende vakje. Ga verder tot je bij 1 bent. Een korte rups is bijvoorbeeld: 3, 4, 2, 1. De vraag waar het om gaat is: wat is de langste rups die je zo kunt maken? |
|
|
|
|
| Zoek alle delers van een gegeven getal (tot 100 of tussen 101-999) en open de kluis. |
|
|
|
|
| Bovenaan komt steeds een getal te staan. Klik op een som die bij dat getal past. Je moet proberen om zo snel mogelijk drie sommen op een rij te krijgen. Via de vakjes bovenaan kun je een ander spel kiezen, bijvoorbeeld met aftreksommen of keersommen. |
|
|
|
|
| Oefeningen op getallen tot 20 |
|
|
|
|
| De leerlingen moeten een aantal gegeven gebeurtenissen op een tijdsas (getallenlijn) plaatsen. |
|
|
|
|
| De helft en het dubbele van een getal, met hulp :2 of x2 |
|
|
|
|
| Flitsbeelden: tel het aantal vingers van linker- en rechterhand samen (sommen tot 10 op een leuke manier) of ... kies de optie tot 10 of 20 met telraam, dobbelstenen of munten. |
|
|
|
|
| Welk getal zit er onder de blauwe vlek? Vul in. |
|
|
|
|
Welk (komma-) getal komt juist voor, juist na, ligt tussen ....
wat is het dubbel van, de helft van .... |
|
|
|
|
Invuloefeningen:
van tiendelige breuk naar kommagetallen en omgekeerd
welk kommagetal ligt tussen ...
zet de reeks kommagetallen verder
rangschikken van < >
positietabel D H T E t |
|
|
|
|
| Bewerkingen met kommagetallen. x + _ : |
|
|
|
|
| Zet de getallen in de juiste rangorde in de getallentabel. |
|
|
|
|
| Schrijf het juiste kommagetal tot duizensten |
|
|
|
|
| rangschik de kommagetallen (tot duizensten) in de goede volgorde. |
|
|
|
|
| Procent betekent per honderd. Bijvoorbeeld: 20% betekent 20 per honderd. Procenten kan je als breuk schrijven. Dus 20% schrijf je als 20/100. Natuurlijk kan je de breuk ook als decimaal schrijven. Zo wordt dan 20/100 = 0,20 = 0,2. Dat is vooral makkelijk als je met procenten wilt gaan rekenen. |
|
|
|
|
Geen online oefeningen, maar wel programma's downloaden en installeren voor computergebruik in de klas:
- Honderdjes: Rekenen van 0 tot 100, het honderdveld - oefeningen.
- RekenbladAfdrukken: Samenstellen en afdrukken van rekenoefeningen.
- RekenFijnH: Hoofdrekenen - cijferrekenen - horizontaal aangeboden.
- RekenFijnV: Hoofdrekenen - cijferrekenen - verticaal aangeboden.
- KlokWijs: Werken met de klok en de kalender.
- DeEuro2002: De euro actueel (vanaf 2002) en uitgebreid.
- Lessen-2: werkbladen wiskundeonderricht 2e leerjaar BaO. |
|
|
|
|
Deze module bevat 29 oefeningen met optellingen en aftrekkingen
Het zijn allemaal "klik en sleep" oefeningen, waarbij getallen of bewerkingstekens in een plaatje gezet moeten worden, met meetkundige voorwaarden op hun sommen. Het eerste getal in de lijst geeft aan hoeveel objecten er geplaatst moeten worden. Met een grote variatie aan stijlen en moeilijkheidsgraden om aan verschillende eisen te voldoen |
|
|
|
|
Deze module is een krachtig hulpmiddel bij het leren rekenen.
Met de diverse instellingen, kunnen de sommen worden gebruikt door leerlingen van af de lagere school (optellen, aftrekken) tot de hogere klassen van de middelbare school. |
|
|
|
|
| Inoefening van rekenvoordelen, combinatie +, -, : en x om tot een getal te komen. |
|
|
|
|
| Schat hoeveel het product van twee getallen is. Schuif met je pijltje de ballon op de juiste plaats op de getallenas. De ballon wordt doorprikt als je juist schat. (klik hiervoor op het groene pijltje) |
|
|
|
|
| Zet de getallen zo neer dat je overal 15 uitkomt. Dus zowel horizontaal, verticaal als diagonaal. |
|
|
|
|
| Je ziet vier getallen en +, -, x en :. Met de vier getallen en de bewerkingen kun je sommen maken. Probeer met drie sommen 24 te maken. Let op: Maak steeds een complete som. Spel24 gaat niet vanzelf verder met de uitkomst van de vorige som. De uitkomsten van de sommen kun je ook weer aanklikken. Zo kun je die getallen gebruiken in de volgende som. Maak drie sommen en probeer uiteindelijk op 24 uit te komen. Klik op de getallen en op +, -, : of x. De uitkomst van een som kun je gebruiken in een nieuwe som. |
|
|
|
|
| Waarschijnlijk ken je het spel Tetris wel. 'Vallende sommen' is een soort Tetris. Er vallen steeds sommen naar beneden. Jij moet snel uitzoeken of het antwoord groter dan, kleiner dan of gelijk is aan... Tussen 0-20 of 0 - 200. |
|
|
|
|
| Alfabetisch zoeken naar de omschrijving van wiskundige begrippen, tekens en formules:/r/nTweedegraadsvergelijking, bissectrice, deellijn, kwartiel, mediaan, gemiddelde, verzameling, cosinus, aanliggende rechthoekszijde, schuine zijde, directe wegentabel, knooppunt, draaisymmetrie, puntsymmetrie, discriminant, driehoek, rechthoekig, gelijkbenig, gelijkzijdig, evenwichtsstand, periodieke grafiek, evenwijdig, exponent, exponentiële groei, percentage, frequentietabel, gelijkvormig, gerichte graaf, groeifactor, factor, vermenigvuldigen, uitkomst, grondtal, halveringstijd, hoek, gestrekte hoek: 180°, scherpe hoek: tussen 0° en 90°, stompe hoek: tussen 90° en 180°, hoogtelijn, hoekpunt, loodrecht, overstaande zijde, kwartielafstand, modus, periode, permutatie, richtingsgetal, gelijkmatige groei (lineair), sinus, spiegelsymmetrie, symbolen, verzameling van de natuurlijke getallen, verzameling van de negatieve en positieve gehele getallen, verzameling van de rationele getallen, breuk, decimaal, verzameling van de reële getallen, repeterend, eindig, deelverzameling, lege verzameling, doorsnede, vereniging, congruent, wortel, kwadraat of de tweede macht, derde macht, tangens, verdubbelingstijd, zwaartelijn, cirkel, raaklijn, coördinaten, deelbaarheid, differentiëren, exponentiële functie, formule, inhoud, oppervlakte, omtrek, goniometrie, kansrekening, logaritme, machten, metriek stelsel, ongelijkheden, procent, Pythagoras, statistiek, vergelijking, ontbinden in factoren, tweedegraadsfunctie, tekeningen, lineaire grafiek, parabool. |
|
|