|
|
 |
Lijst met thema's voor Taal |
Aantal: 52 |
Terug |
|
|
|
|
| De auteurswet bepaalt dat je eerst toestemming dient te vragen aan de auteur van het werk. |
|
|
|
|
| Boeken, boekbesprekingen, bibliotheek, … allemaal online. |
|
|
|
|
| Op zoek naar een boek? Boeken zoeken op titel, woord uit een titel, auteur, onderwerp, thema, leeftijd, AVI, leesniveau. |
|
|
|
|
| Zoek boeken op thema, titel, onderwerp, ... |
|
|
|
|
Voor ouders op zoek naar hulp en tips.
Voor ouders die ervaringen willen uitwisselen.
Voor kinderen en jongeren met leerproblemen op zoek naar info.
Voor kinderen en jongeren die met elkaar in contact willen komen.
Voor organisaties en verenigingen die hun kennis en deskundigheid aanbieden.
Voor leerkrachten en hulpverleners op zoek naar informatie en praktische tips.
Voor leerkrachten en hulpverleners die hun ervaringen graag doorgeven. |
|
|
|
|
Oefenpagina Frans (eventail Junior 2000 - 5de en 6de leerjaar)
Deze oefeningen zijn gebaseerd op Eventail junior 2000. Klik op de gewenste les(sen) voor een oefening in de vorm van kruiswoordraadsels.
5de leerjaar 6de leerjaar
Unité 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 3, 14, 15, 16, 17, 18 voor vijfde en zesde leerjaar. Inoefenen van woordenschat (vocabulaire)
Werkwoorden U1-U9
De onregelmatige werkwoorden en de regelmatige werkwoorden:
Vervoeging van 'être' Vervoeging van 'entrer'
Vervoeging van 'avoir' Vervoeging van 'parler'
Vervoeging van 'faire' Vervoeging van 'partir'
Vervoeging van 'aller' Vervoeging van 'dormir'
Vervoeging van 'devoir' |
|
|
|
|
Eventail 2000 Frans voor het basisonderwijs
UNITE 1
Unité 1, texte 1 Unité 1, texte 2
Vocabulaire - Bob est un garçon Vocabulaire - Lambique est un homme?
Vocabulaire - Is het juist of fout? Grammaire - Het werkwoord 'être' (enkelvoud)
Grammaire - Het persoonlijk voornaamwoord (enkelvoud) Grammaire - Il / Elle
Grammaire - Het werkwoord 'être' (enkelvoud)
Grammaire - Un/une Unité 1, contact
Vocabulaire - Jezelf voorstellen
UNITE 2
Unité 2, texte 1 Unité 2, texte 2
Vocabulaire - Bob, tu es vieux? Vocabulaire - C'est une chaise?
Grammaire - Ne ... pas Grammaire - Het bijvoeglijk naamwoord
Unité 2, contact
Vocabulaire - Hoe gaat het? Wat kun je erover zeggen?
UNITE 3
Unité 3, texte 1 Unité 3, texte 3
Vocabulaire - Lambique et Jérôme, vous êtes là? Vocabulaire - Voici Mathilde
Grammaire - Het werkwoord 'être' (oefening 1) Grammaire - Voici
Grammaire - Het werkwoord 'être' (oefening 2)
Unité 3, Contact
Unité 3, texte 2 Vocabulaire - Danken en gelukwensen
Vocabulaire - Ce sont des professeurs? Vocabulaire - Opdrachten in het Frans
Grammaire - Van meervoud naar enkelvoud
Grammaire - Het meervoud van het onbepaald lidwoord
UNITE 4
Unité 4, texte 1 Unité 4, texte 3
Grammaire - Van bepaald naar onbepaald lidwoord Vocabulaire - C'est un parapluie?
Grammaire - Vertaal van Nederlands naar Frans
unité 4, texte 2 Unité 4, révision
Vocabulaire - Voici Ducastel Grammaire - Ils/Elle, Ils/Elles
UNITE 5
Unité 5, texte 1 Unité 5, texte 3
Vocabulaire - Un livre intéressant
Unité 5, texte 2 Unité 5, révision
Vocabulaire - Voici un marché
UNITE 6
Unité 6, texte 1 Unité 6, texte 3
Vocabulaire - Je suis Sus Antigon Vocabulaire - A Dumb City
Unité 6, texte 2 Unité 6, révision
Vocabulaire - Bobette et le journal (1)
Vocabulaire - Bobette et le journal (2)
UNITE 7
Unité 7, texte 1 Unité 7, texte 3
Vocabulaire - Voici un marché Vocabulaire - A Paris
Unité 7, texte 2 Unité 7, révision
Vocabulaire - Qui est Arthur?
UNITE 8
Unité 8, texte 1 Unité 8, texte 3
Vocabulaire - Quelqu'un téléphone à Lambique Vocabulaire - Pardon, monsieur, nous cherchons le chemin
Unité 8, texte 2 Unité 8, révision
Vocabulaire - Bonflair et Durbec
UNITE 9
Unité 9, texte 1 Unité 9, texte 3
Vocabulaire - Je suis Sus Antigon Vocabulaire - Le voyage à Paris (1)
Vocabulaire - Le voyage à Paris (2)
Unité 9, texte 2
Vocabulaire - Le bandit a un hélicoptère? Unité 9, révision
UNITE 10
Unité 10, texte 1 Unité 10, texte 3
Vocabulaire - Je suis Barabas Vocabulaire - Jérôme et Fanfreluche
Grammaire - Faire of aller?
Unité 10, contact
Unité 10, texte 2 Vocabulaire - Wat heb/doe je (niet) graag?
Vocabulaire - Qu'est-ce que tu vas faire? Vocabulaire - Doe je mee?
Vocabulaire - Opschriften begrijpen
UNITE 11
Unité 11, texte 1 Unité 11, texte 3
Vocabulaire - Il y a Vocabulaire - Chez Sidonie
Unité 11, texte 2 Unité 11, révision
Vocabulaire - Lambique a une panne
UNITE 12
Unité 12, texte 1 Unité 12, texte 3
Vocabulaire - A Frigoria (1) Vocabulaire - Margot, Manneken Pis et Paz
Vocabulaire - A Frigoria (2)
Unité 12, texte 2 Unité 12, révision
Vocabulaire - Le voyage de Bhébhé
UNITE 13
Unité 13, texte 1 Unité 13, texte 3
Vocabulaire - A Dumb City Vocabulaire - La ville sous la glace
Grammaire - Tellen van 1 tot 24
Unité 13, texte 2 Unité 13, révision
Vocabulaire - Antoine - La course (1)
Vocabulaire - Antoine - La course (2)
UNITE 14
Unité 14, texte 1 Unité 14, texte 3
Vocabulaire - Manneken Pis et le Shuttle Vocabulaire - Nous allons au magasin (1)
Vocabulaire - Nous allons au magasin (2)
Unité 14, texte 2
Vocabulaire - Coco en Espagne (1) Unité 14, révision
Vocabulaire - Coco en Espagne (2)
UNITE 15
Unité 15, texte 1 Unité 15, texte 3
Vocabulaire - Le cheval Bayard (1) Vocabulaire - Vous avez besoin de quelque chose?
Vocabulaire - Le cheval Bayard (2)
Unité 15, texte 2 Unité 15, révision
Vocabulaire - Bobette aime la cuisine (1)
Vocabulaire - Bobette aime la cuisine (2)
UNITE 16
Unité 16, texte 1 Unité 16, texte 3
Vocabulaire - Monsieur Têtu et monsieur Fiston Vocabulaire - Nous demandons le chemin (1)
Vocabulaire - Nous demandons le chemin (2)
Unité 16, texte 2
Vocabulaire - Lambique a Bazaria
UNITE 17
Unité 17, texte 1 Unité 17, texte 3
Vocabulaire - Le docteur chez Lambique Vocabulaire - A Haïti
Unité 17, texte 2 Unité 17, révision
Vocabulaire - La voix de Lambique (1)
Vocabulaire - La voix de Lambique (2)
UNITE 18
Unité 18, texte 1 Unité 18, texte 3
Vocabulaire - Des vacances à Menton Vocabulaire - A l'école (1)
Vocabulaire - A l'école (2)
Unité 18, texte 2
Vocabulaire - Bracula Unité 18, révision |
|
|
|
|
| Oefeningen methode Frans Eventail Bien Sûr voor het vijfde leerjaar. |
|
|
|
|
| Oefeningen methode Frans Eventail Bien Sûr voor het zesde leerjaar. |
|
|
|
|
| Le magazine ineractif pour pratiquer le français et dialoguer sur internet. |
|
|
|
|
Les grandes notions grammaticales
- Les parties du discours
- Les composants de la phrase
- Les fonctions grammaticales
Quel mot choisir ? Comment l'écrire ?
- Les homophones
- Les paronymes
Syntaxe
- Constructions syntaxiques particulières
Règles d'accord
- Généralités
- Cas particuliers
Orthographe et typographie
- Ponctuation
- Majuscules
- Trait d'union
- Accents et cédille
- Pluriel
- Cas particuliers
Questions d'actualité
- Les rectifications de l'orthographe
- La néologie
- La féminisation des noms de métiers |
|
|
|
|
| Conjugaison Verbale: Donnez l'infinitif et l'ordinateur vous donne les conjugaisons. |
|
|
|
|
| Ontdek gebarentaal en probeer het zelf. |
|
|
|
|
| Nooit meer verdwalen in de juiste spelling. Hier heb je de officiële lijst alsook de leidraad. |
|
|
|
|
| Webstek van een jeugdschrijver. |
|
|
|
|
| Stuur een wenskaart voor examen, lente, moederdag, vaderdag, bedankt, beterschap, boos, familie, geborte, geslaagd, groeten, huwelijk, jubileum, liefde, mis je, roddels, sorry, sterkte, succes, uitnodiging, vakentie, verjaardag, vriendschap, zo zo, zo maar, zwanger |
|
|
|
|
| Jeugdschrijver Patrick Lagrou. Een prachtige site van deze schrijver met links naar andere auteurs. |
|
|
|
|
| Deze site van Teleac NOT biedt een waaier aan mogelijkheden voor de beginnende lezer. /r/n/r/nHoofdrolspelers in deze vrolijke programma’s zijn de poppen dasje en vosje. Het tweetal gaat samen op reis en onderweg naar Zuiderland leert vosje lezen, schrijven en spelen met woorden. /r/n/r/nDoor middel van taalspelletjes, liedjes en onder meer knutsels kunnen kinderen op een leuke manier met woorden en letters aan slag gaan. Leuk voor thuis of op school! |
|
|
|
|
| Auditieve discriminatie, rijmen, zelfde kop. (schatkast) |
|
|
|
|
| In welk woord hoor je deze letter vooraan? Visuele herkenning van mkm-woorden. |
|
|
|
|
| Per kern zijn er verschillende oefeningen aangepast aan de huidige kennis en is volledig gelijklopend met de methode veilig leren lezen. |
|
|
|
|
| Stuur een virtuele kaart voor moederdag |
|
|
|
|
| Interactieve oefeningen voor anderstaligen op verschillende niveaus./r/nwoordenschat/r/ngrammatica/r/nzinsbouw/r/nluisteroefeningen/r/nteksten |
|
|
|
|
| Nieuwjaarsbrieven voor de lagere school. |
|
|
|
|
| Klik hier om naar meer dan 150.000 gedichten te gaan! |
|
|
|
|
| Boeken (literatuur) info, gedichten, verhalen, ... |
|
|
|
|
Geen online oefeningen, maar wel programma's downloaden en installeren voor computergebruik in de klas:
- LuisterendLezen: Oefenen in het gebruik van het toetsenbord en de muis.
- KenJeTaal: Oefenen met taal: ABC - lettergrepen - ...
- TijdVoorTaal: Oefenen met taal: klinkers - klanken - ...
- OntdekTaal: Oefenen met taal: zins- en woordontleding.
- kalligra: werkblad voor kalligrafie. |
|
|
|
|
| Een aantal sites van jeugdschrijvers. |
|
|
|
|
| Eindletter 'd' of 't'. Vul het woord eerst in, in het meervoud (langer maken). ... Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren. ... |
|
|
|
|
| Eindletter 'd' of 't'. Vul het woord nadat je het in gedachten langer hebt gemaakt. ... Druk dan op "Antwoord controleren" om uw antwoorden te controleren. ... |
|
|
|
|
| Oefeningen met i-ie-y-ei of ij |
|
|
|
|
| Spelling ei of ij met tekeningen (makkelijk) |
|
|
|
|
| Invuloefening op woorden met -ng /-nk /-ngt /-nkt. Lees de zinnen aandachtig en vul in. |
|
|
|
|
| Zoek spreekwoorden, gezegden en zegswijzen op. |
|
|
|
|
| Speel galgje met spreekwoorden en gezegden |
|
|
|
|
Taalklas.nl is een programma voor iedereen die beter Nederlands wil leren waarbij actief aan verwerving van woordenschat wordt gedaan via diverse oefeningen.
Inloggen per kind: een voornaam + een nummer (wordt bij de registratie ontvangen) - alle gemaakte oefeningen worden online bijgehouden.
-verwerven van een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder 'woordenschat' vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken
Er zijn 24 thema's :
1. het huis
2. mijn lichaam
3. het weer
4. familie
5. eten
6. op school
7. in huis
8. openbaar vervoer
9. lekker vrij!
10. vrienden
11. in de winkel
12. op straat
13. Wat een mooi huis!
14. Dag buurvrouw!
15. Mag ik dit ruilen?
16. Dokter, ik ben ziek!
17. Sorry, ik meld mij ziek.
18. Vrijwilliger? Ja leuk!
19. Een brief van school.
20. Waar is de supermarkt?
21. Op cursus!
22. Hoe werkt dit apparaat?
23. Wat vind je van de cursus?
24. Naar de bibliotheek!
Soorten oefeningen:
-oefening 1 Klik op het oor, luister en lees, zeg de woorden na
-oefening 2 Luister en klik op het goede plaatje
-oefening 3 Luister en klik op het goede plaatje
-oefening 4 Luister en klik op het goede plaatje
-oefening 5 Kijk naar het plaatje, lees de woorden, klik op het goede woord bij het plaatje
-oefening 6 Kijk naar de plaatjes en lees de woorden. Klik op het goede woord en op het goede plaatje
-oefening 7 Kijk naar de plaatjes en lees de woorden. Klik op het goede woord en op het goede plaatje
-oefening 8 Klik op het oor. Luister en lees. Zeg de zinnen na.
Deze site is zeer geschikt voor de jongsten en voor ANDERSTALIGEN. |
|
|
|
|
| Verstuur een virtuele kaart voor vaderdag |
|
|
|
|
| Volksverhalen over spoken, tovenaars, heksen, duivels, kastelen, zwarte katten en weerwolven. De meeste teksten van deze site zijn ontleend aan S. Top, "Een Vlaamse volksverhalenbank in uitvoering", MORES - Tijdschrift voor volkscultuur in Vlaanderen. |
|
|
|
|
| Nog meer oefeningen. Zinnen in de verleden tijd |
|
|
|
|
| 10 oefeningen werkwoordspelling door elkaar tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord |
|
|
|
|
Meerkeuzevragen.
Welke is de correcte schrijfwijze van het werkwoord in de gegeven zin. |
|
|
|
|
| Het voltooid deelwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord./r/nDe leerlingen kunnen on-line de oefeningen maken. Er wordt een tip gegeven als ze niet weten hoe het woord geschreven wordt. Nadien kunnen ze hun antwoorden controleren. |
|
|
|
|
| De vorming van het werkwoord in de tegenwoordige tijd. Even de regels herhalen. |
|
|
|
|
| De tegenwoordige tijd : oefeningen in een kruiswoordraadsel. |
|
|
|
|
| Oefeningen in de verleden tijd |
|
|
|
|
| Oefeningen: het werkwoord in de verleden tijd. |
|
|
|
|
Vervoeg de werkwoorden met als onderwerp: jij, je , een ander.
Jij, je na het werkwoord |
|
|
|
|
Alle oefeningen door elkaar in zinnen.
Als hulp kan je vragen als het om een tegenwoordige tijd, voltooid deelwoord, ... gaat |
|
|
|
|
Werskwoordspelling in de verleden tijd.
Als hulp wordt weergegeven als het werkwoord klankveranderend is, als je eerst de stam moet zoeken, ... |
|
|
|
|
De leerlingen krijgen 10 zinnen met de infinitief (= noemvorm) die je moet vervoegen in de zin.
Als hulp krijg je eventueel het onderwerp. |
|
|
|
|
| De leerlingen krijgen 10 zinnen waar ze de persoonsvorm zoeken. |
|
|